MOEDER: HET MEERVOUD VAN MOE
Over rust nemen, overprikkeling en het voorbeeld dat we onze kinderen geven
Jij leest dit waarschijnlijk met een reden.
Misschien is je kind sensitief. Misschien ben jij sensitief. Of — grote kans — zijn jullie het gewoon allebei. Je bent op zoek naar hoe jij je kind het allerbeste kunt helpen. Tips, tricks, handvatten, fijne manieren om je kind meer rust te geven.
Maar lieve mama… hoe gaat het eigenlijk met jóu?
Hoe goed ben jij in rust nemen?
En dan bedoel ik niet ’s avonds, als iedereen gedoucht en schoon in bed ligt, jij de keuken hebt opgeruimd, het speelgoed aan de kant hebt geschoven, de rugzakken en gymspullen hebt klaargelegd en vervolgens kapot op de bank neerploft. Dat is niet echt rust nemen. Dat is crashen na een dag topsport zonder medaille.
Ik bedoel rust midden op de dag. Tussendoor. Voordat je leeg bent.
Gewoon je koffie warm drinken in het zonnetje. Ja, warm. Het schijnt te kunnen. Even een half uurtje lezen op de bank. Vijf minuten naar buiten. Even helemaal niets doen. Even ademen voordat je weer doorgaat.
Want hoe vaker je op een dag kleine rustmomenten neemt, hoe meer energie je overhoudt. Dat klinkt misschien gek, want ja: die wasmanden worden niet vanzelf schoon. De vaat loopt niet uit zichzelf de vaatwasser in. Nou ja, als je het lang genoeg laat staan, misschien bijna wel. Er moet altijd van alles.
Maar vraag jezelf eens af: van wie moet dat eigenlijk?
Rust nemen betekent niet dat je lui bent. Het betekent dat je je energie leert verdelen. Dat je niet pas stopt als je hoofd ontploft, je lijf protesteert of je verandert in een zure versie van jezelf die tegen sokken op de trap staat te mopperen alsof ze persoonlijk zijn neergelegd om jou te testen.
Door vaker rust te nemen, houd je het langer vol. Het blijft leuker. Je ontploft minder snel. Je kunt zachter reageren. Je voelt eerder waar je grens ligt. En misschien nog wel het mooiste: je geeft je kinderen een fantastisch voorbeeld.
Want kinderen leren niet alleen van wat wij zeggen. Ze leren vooral van wat wij doen.
Als wij steeds maar doorgaan, leren zij dat doorgaan normaal is. Als wij pas rust nemen wanneer we volledig leeg zijn, leren zij dat rust iets is voor als je niet meer kunt. Als wij onze eigen grenzen negeren, hoe kunnen we dan verwachten dat zij hun grenzen wél voelen?
In onze maatschappij is rust bijna een vies woord geworden. Rust wordt al snel gekoppeld aan lui zijn, geen zin hebben of niet productief genoeg zijn. Ondertussen klagen we massaal over stress, overprikkeling, burn-outklachten en hoofden die nooit stil lijken te staan.
Maar hoeveel echte rust nemen we zelf?
En hoeveel rust krijgen onze kinderen eigenlijk?
Veel kinderen zijn overprikkeld, hyperactief, snel afgeleid, moe, boos of kunnen moeilijk slapen. Natuurlijk spelen daar allerlei dingen in mee. Maar soms mogen we ook kijken naar iets heel simpels: hoeveel ruimte krijgen zij op een dag om alle prikkels te verwerken? Hoeveel prikkelarme pauzes zijn er eigenlijk? Hoe vaak mogen ze gewoon even zijn, zonder scherm, opdracht, planning, haast of verwachting?
Rust is geen beloning. Rust is onderhoud.
Net als tandenpoetsen. Niet altijd spectaculair, wel handig als je de boel een beetje fris wilt houden.
Hoe vaker wij laten zien dat rust nemen normaal is, hoe meer onze kinderen dat ook gaan voelen. Dat je even mag stoppen. Dat je naar je lijf mag luisteren. Dat je niet altijd door hoeft. Dat pauze nemen niet zwak is, maar wijs.
Dus misschien mag het vandaag klein beginnen.
Drink je koffie warm. Ga vijf minuten in de zon zitten. Lees drie bladzijden. Adem voordat je antwoord geeft. Laat de wasmand nog even staan zonder dat je daar een persoonlijk falen van maakt.
Rust nemen hoeft niet groots te zijn.
Maar het kan wel groots verschil maken.
Voor jou.
Voor je kind.
Voor de sfeer in huis.
En lieve mama: jij hoeft niet eerst helemaal op te zijn voordat je mag opladen.
Reactie plaatsen
Reacties